ECLI:NL:RBARN:2008:BC5854
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.H. van Empel
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens bedrijfseconomische redenen kennelijk onredelijk zonder suppletieregeling
Werknemer trad in maart 2000 in dienst bij Jalo en werd in januari 2007 ontslagen na toestemming van het CWI vanwege bedrijfseconomische redenen. Werknemer verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een vergoeding op grond van de kantonrechtersformule, maar dit verzoek werd afgewezen. In de procedure vordert werknemer alsnog een vergoeding analoog aan deze formule wegens kennelijk onredelijk ontslag.
De kantonrechter stelt vast dat de kantonrechtersformule niet bedoeld is voor vorderingen wegens kennelijk onredelijk ontslag en daarom niet analoog toegepast wordt. De financiële situatie van Jalo rechtvaardigt het ontslag, maar de gevolgen voor werknemer zijn ernstig. Jalo bood een suppletieregeling aan waarbij de WW-uitkering gedurende zeven maanden wordt aangevuld tot 100% van het laatstgenoten salaris.
Zonder deze suppletieregeling is het ontslag kennelijk onredelijk. De kantonrechter acht de suppletieregeling een billijke vergoeding en wijst het meer of anders gevorderde af. Werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door kantonrechter W.H. van Empel en uitgesproken op 25 februari 2008.
Uitkomst: Het ontslag is kennelijk onredelijk zonder suppletieregeling; werkgever moet WW-uitkering zeven maanden aanvullen tot 100%.