ECLI:NL:RBARN:2008:BC6855
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maatregel verlaging WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten
Eiser was sinds 1998 in dienst bij een verzekeringsmaatschappij en diens arbeidsovereenkomst werd op verzoek van de werkgever ontbonden met ingang van 1 maart 2007. Verweerder kende eiser een WW-uitkering toe vanaf 1 maart 2007 en legde een maatregel op van 20% verlaging gedurende 16 weken wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten voorafgaand aan werkloosheid.
Eiser betwistte dat hij vanaf de datum van de beschikking van de kantonrechter (31 januari 2007) al sollicitatieactiviteiten had moeten ontwikkelen en stelde dat dit pas vanaf 28 februari 2007 redelijkerwijs van hem kon worden verwacht. Tevens voerde hij aan dat de periode tussen het einde van het dienstverband en de werkloosheid te kort was om sollicitaties te verrichten.
De rechtbank oordeelde dat bij een geregelde ontbinding het tijdstip van de beschikking van de kantonrechter een voldoende objectief aanknopingspunt is om te bepalen vanaf wanneer van eiser sollicitatieactiviteiten verlangd mochten worden. De periode van 31 januari tot 1 maart 2007 was niet te kort om te solliciteren. Het beroep van eiser faalde en de maatregel werd gehandhaafd.
De rechtbank wees het beroep ongegrond en kende geen schadevergoeding toe. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van 20% verlaging van de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten wordt ongegrond verklaard.