ECLI:NL:RBARN:2008:BC7227
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.D.A. den Tonkelaar
- M.J. Blaisse
- T.P.E.E. van Groeningen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging borgtochtconstructie wegens ontbreken toestemming echtgenotes
In deze civiele zaak stond centraal de geldigheid van een geldleningsovereenkomst waarbij de gebroeders [gedaagden] zich als borg hadden verbonden voor een lening aan Benga B.V. De echtgenotes van de borgen hadden de overeenkomst vernietigd op grond van artikel 1:88 lid 1 onder Pro c en artikel 1:89 BW Pro, omdat zij geen toestemming hadden gegeven voor deze rechtshandeling.
De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst materieel gezien een borgtochtsovereenkomst was, ondanks dat deze niet expliciet als zodanig was aangeduid. Dit volgde uit de constructie en de afspraken tussen partijen, waarbij de borgen zich jegens de schuldeiser verbonden voor een schuld die Benga had. De rechtbank stelde vast dat de borgtochtconstructie was vernietigd door de echtgenotes van de borgen, waardoor de borgen uit de overeenkomst vielen en alleen een geldleningsovereenkomst tussen de schuldeiser en Benga overbleef.
De vordering van de schuldeiser tot betaling door de borgen werd daarom afgewezen. De rechtbank hield iedere beslissing in conventie aan en bepaalde dat de zaak op een later moment zou worden voortgezet voor verdere behandeling van de gewijzigde vorderingen in reconventie. Tevens werd ingegaan op de onrechtmatigheid van beslagleggingen en de mogelijkheid van schadevergoeding.
Deze uitspraak bevestigt de bescherming van de echtgenoot tegen rechtshandelingen die materieel neerkomen op een borgtocht zonder diens toestemming en benadrukt het belang van rechtszekerheid in de duiding van dergelijke overeenkomsten.
Uitkomst: De vordering tegen de gebroeders wordt afgewezen wegens vernietiging van de borgtochtconstructie door hun echtgenotes.