ECLI:NL:RBARN:2008:BC7412
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Matiging boete wegens tewerkstelling zonder vergunning door incidentele hulp broer
De rechtbank Arnhem behandelde het beroep van eiser tegen een bestuurlijke boete van €4.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete werd opgelegd omdat de broer van eiser zonder tewerkstellingsvergunning tijdelijk in het cafetaria van eiser werkte en een cliënt hielp.
Eiser stelde dat zijn broer slechts kort op de zaak paste en geen opdracht had om cliënten te bedienen; de broer handelde uit eigen beweging. Ook ontkende eiser dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst of dat zijn broer loon ontving. De rechtbank oordeelde dat het werkgeverschap ruim moet worden geïnterpreteerd en dat het laten verrichten van arbeid, ook zonder loon of formele arbeidsovereenkomst, voldoende is voor overtreding.
De rechtbank vond echter dat eiser zich redelijkerwijs voldoende had ingespannen om overtreding te voorkomen door zijn broer opdracht te geven geen cliënten te helpen. De overtreding was veroorzaakt door een incidentele samenloop van omstandigheden, waaronder het te laat verschijnen van een werknemer. Daarom matigde de rechtbank de boete tot €2.000. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover het de hoogte van de boete betreft.
Uitkomst: De boete wegens tewerkstelling zonder vergunning is gematigd van €4.000 naar €2.000 vanwege incidentele omstandigheden en redelijke inspanningen van eiser.