ECLI:NL:RBARN:2008:BC7662
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot oplegging dwangregeling ex artikel 287a Faillissementswet
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van een dwangschuldregeling ex artikel 287a Faillissementswet, waarbij RBS verplicht zou worden in te stemmen met een schuldregeling die inhoudt dat verzoekster haar inkomen drie jaar ter beschikking stelt aan Vilente Stibas voor betaling aan schuldeisers.
De rechtbank beoordeelt of het voorstel goed is gedocumenteerd en of het bod het uiterste is waartoe verzoekster financieel in staat is. Uit het dossier blijkt dat het aanbod een beperkt deel van het inkomen vrijlaat, vergelijkbaar met een wettelijke schuldsaneringsregeling. Echter, verzoekster heeft onjuiste informatie verstrekt over alimentatiebetalingen en heeft geen verzoek tot vaststelling van alimentatie ingediend. Daarnaast werkt zij 32 uur per week en solliciteert niet naar fulltime werk.
Verder is gebleken dat niet alle activa van verzoekster aan schuldeisers ten goede zijn gekomen, zoals de opbrengst van een beleggingsverzekering en de verkoop van een personenauto, die niet zijn verrekend met schuldeisers. RBS, de grootste schuldeiser met 41% van de schuld, heeft geweigerd in te stemmen met de regeling en derdenbeslag gelegd op het salaris van verzoekster.
De rechtbank weegt de belangen en concludeert dat RBS in redelijkheid tot weigering van instemming kon komen. Daarom wijst de rechtbank het verzoek af, maar bepaalt dat het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling op 31 maart 2008 zal worden behandeld, waarbij verzoekster aanvullende stukken moet overleggen.
Uitkomst: Het verzoek tot oplegging van de dwangschuldregeling aan RBS wordt afgewezen.