ECLI:NL:RBARN:2008:BC8244
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor vernieling auto en toewijzing schadevergoeding
In deze civiele procedure vordert de eisende partij vergoeding van schade aan zijn auto, veroorzaakt door de gedaagde op 22 en 29 april 2007. De politierechter heeft de gedaagde veroordeeld voor vernieling op 22 april 2007, maar vrijgesproken voor vernieling op 29 april 2007. De civiele rechter acht het vonnis van de politierechter bindend voor het bewezen verklaarde feit van 22 april 2007, waardoor de aansprakelijkheid voor die schade vaststaat.
Voor de vernieling op 29 april 2007 baseert de eisende partij zich op getuigenverklaringen en het proces-verbaal, terwijl de gedaagde zich beroept op zijn vrijspraak in de strafzaak. De kantonrechter oordeelt dat hij niet gebonden is aan het strafvonnis en dat de gedaagde onvoldoende feitelijk heeft betwist dat hij de schade op 29 april heeft veroorzaakt.
De kantonrechter veroordeelt de gedaagde tot betaling van € 928,24 aan schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 24 september 2007, en draagt hem tevens op de proceskosten te betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 928,24 schadevergoeding en proceskosten met wettelijke rente.