ECLI:NL:RBARN:2008:BC9472
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging boete Wet arbeid vreemdelingen wegens feitelijke eenheid bedrijven
Eiser exploiteert een fruitbedrijf dat hij gefaseerd overdraagt aan zijn zoon, die eveneens een fruitbedrijf heeft. Hoewel juridisch gezien sprake is van twee bedrijven, functioneren deze in de praktijk als één geheel: personeel, materieel en oogst worden gedeeld, en de zoon huurt personeel in, stuurt aan en betaalt uit.
Inspecteurs constateerden dat een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning arbeid verrichtte bij eiser, waarop een boete werd opgelegd. Verweerder stelde dat eiser zonder vergunning de vreemdeling arbeid liet verrichten, ondanks dat de zoon wel over een vergunning beschikte.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 2, tweede lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) het verbod niet van toepassing is indien een ander als werkgever een geldige vergunning heeft en feitelijk de werkgever is. Omdat de zoon de vreemdeling inhuurde, aanstuurde en betaalde, en de bedrijven feitelijk één zijn, is voldaan aan het doel van de wet.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Vergoeding van schade wordt afgewezen, maar proceskosten worden toegewezen aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de boete omdat eiser en zijn zoon feitelijk één bedrijf vormen en de zoon over een geldige tewerkstellingsvergunning beschikt.