ECLI:NL:RBARN:2008:BC9993
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.H. van Empel
- Rechtspraak.nl
Ontslagvergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag niet volgens kantonrechtersformule
De zaak betreft een werknemer die sinds 1970 bij Van Spaendonck in dienst was en tegen haar ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen bezwaar maakte. Zij stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was omdat de financiële situatie van Van Spaendonck te somber werd voorgesteld en de besparingen door haar ontslag te gunstig.
De kantonrechter stelde vast dat de ontslagreden niet vals of voorgewend was en dat Van Spaendonck een ruime beleidsvrijheid had bij de reorganisatie. De kantonrechter wees erop dat de kantonrechtersformule, gebruikelijk bij ontbindingszaken, niet analoog toepasbaar is bij kennelijk onredelijk ontslag, maar wel als gezichtspunt kan dienen.
Hoewel het ontslag formeel niet kennelijk onredelijk was, veroordeelde de kantonrechter Van Spaendonck tot betaling van de reeds aangeboden vergoeding van €81.600 bruto. De werknemer werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten omdat zij in het ongelijk werd gesteld.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering af maar veroordeelt tot betaling van de aangeboden vergoeding van € 81.600 bruto.