ECLI:NL:RBARN:2008:BD0865
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.J.T. Blom
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling verbeurde dwangsom wegens niet-melden ongebruikelijke transacties Wet Mot
Bureau Financieel Toezicht (BFT) stelde vast dat het administratiekantoor van de gedaagde partij zich niet hield aan de meldplicht van ongebruikelijke transacties zoals voorgeschreven in artikel 9 van Pro de Wet Melding Ongebruikelijke Transacties (Wet Mot). Na een last onder dwangsom opgelegd te hebben op 19 februari 2007, die niet werd nagekomen, verklaarde BFT de dwangsom van €3.700 verbeurd op 6 maart 2007 en startte zij de inning via het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB).
De gedaagde partij voerde verweer dat de bevoegdheid tot invordering was verjaard na zes maanden volgens artikel 5:35 lid 1 Awb Pro, en verzocht subsidiar de dwangsom te matigen. De rechtbank oordeelde echter dat de verjaring was gestuit door de brief van 20 april 2007 waarin BFT ondubbelzinnig haar recht op nakoming voorbehoudt, conform artikel 3:317 lid 1 BW Pro.
Verder wees de rechtbank het beroep op matiging af, omdat de gedaagde partij vanaf 2003 meerdere jaren de tijd had om de meldingen te doen en geen gebruik had gemaakt van bezwaar- en beroepsmogelijkheden. Ook was het aanhangig maken van de civiele procedure door BFT geoorloofd en niet onzorgvuldig. De rechtbank veroordeelde de gedaagde partij tot betaling van de dwangsom met wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde partij wordt veroordeeld tot betaling van de verbeurde dwangsom met rente en proceskosten.