ECLI:NL:RBARN:2008:BD1063
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst en urenvermindering bij contractswisseling schoonmaakbedrijf
De zaak betreft een geschil tussen een werkneemster en haar werkgever over de omvang van haar arbeidsovereenkomst na een contractswisseling in het schoonmaakbedrijf. De werkneemster stelde dat zij recht had op 20 uur per week, terwijl de werkgever een vermindering naar 14,5 uur per week had doorgevoerd.
De kantonrechter overwoog dat de werkneemster niet had bewezen dat zij onder dreiging van ontslag akkoord was gegaan met de urenvermindering. Getuigenverklaringen bevestigden dat de vermindering van uren in goed overleg en met instemming van de werkneemster was overeengekomen. Tevens werd vastgesteld dat de werkgever conform de toepasselijke CAO niet verplicht was om de werkneemster elders binnen de opdrachtgever te plaatsen om urenverlies te voorkomen.
De kantonrechter concludeerde dat de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden was gewijzigd en wees de vordering van de werkneemster af. Ook de tegenvordering van de werkgever werd afgewezen, waarbij de werkgever werd veroordeeld in de proceskosten van de werkneemster. Beide partijen werden veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De vorderingen van de werkneemster worden afgewezen; de arbeidsovereenkomst is met wederzijds goedvinden aangepast naar 14,5 uur per week.