ECLI:NL:RBARN:2008:BD1786
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen dwangbevel AFM wegens niet-verstrekken informatie afgewezen
De zaak betreft een verzetprocedure van eiser tegen een dwangbevel van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). De AFM had een last onder dwangsom opgelegd aan eiser wegens het niet verstrekken van gevraagde informatie over de activiteiten van zijn onderneming The Futura. Nadat eiser niet tijdig had voldaan, werd een dwangbevel uitgevaardigd.
Eiser voerde aan dat het dwangbevel niet aan de juiste persoon was gericht, dat de AFM geen belang had bij de last omdat een ander de gevraagde gegevens bezat, dat de dwangsom onredelijk hoog was en dat hij het dwangbevel niet tijdig had ontvangen. De rechtbank oordeelde dat het dwangbevel en de last onder dwangsom formele rechtskracht hadden gekregen, waardoor inhoudelijke toetsing in deze procedure niet mogelijk was.
Daarnaast faalden de bezwaren over de tenaamstelling, het belang van de AFM en de hoogte van de dwangsom. Ook het verweer dat het dwangbevel niet tijdig was ontvangen werd verworpen, mede omdat eiser geen tijdig bezwaar had gemaakt. Het verzoek tot vermindering van de dwangsom moest bij de AFM worden ingediend en kon niet via deze procedure worden afgedwongen.
De rechtbank verklaarde het verzet ongegrond, veroordeelde eiser in de proceskosten en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel van de AFM wordt ongegrond verklaard en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.