ECLI:NL:RBARN:2008:BD1881
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tot betaling geldsom na verkeersongeval
Eisers, bestaande uit een persoon en een besloten vennootschap, vorderen een voorlopige voorziening tot betaling van een geldsom van het Nederlands Bureau der Motorrijtuigenverzekeraars (NBM) vanwege schade geleden bij een verkeersongeval in 2002. De schade omvat verlies aan verdienvermogen, doorbetaald loon, ziekte-, vervoers- en rechtsbijstandkosten en smartengeld.
Het NBM voert verweer dat de zaak inhoudelijk naar Duits recht beoordeeld moet worden en dat de vordering verjaard is. Tevens wordt betwist dat er een spoedeisend belang is en dat de vordering voldoende vaststaat om een voorlopige voorziening toe te wijzen.
De rechtbank oordeelt dat het spoedeisend belang van de besloten vennootschap ontbreekt en dat bij de persoon onvoldoende vaststaat dat er een vordering op het NBM bestaat. Bovendien bestaat het risico dat een toegekende voorziening niet kan worden terugbetaald. Daarom wordt de incidentele vordering afgewezen. De beslissing over de kosten wordt aangehouden tot de hoofdzaak.
Uitkomst: De rechtbank wijst de incidentele vordering tot voorlopige voorziening af wegens gebrek aan spoedeisend belang en onzekerheid over de vordering.