ECLI:NL:RBARN:2008:BD1886
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Eigendom en gebruik dijkperceel: verkrijgende verjaring en bruikleenovereenkomst
In deze civiele zaak staat centraal of eisers door verkrijgende verjaring eigenaar zijn geworden van een dijkperceel dat zij sinds 1986 in gebruik hebben genomen. De gedaagden waren destijds eigenaar en stellen dat zij dat nog steeds zijn. Eisers hebben het perceel ingericht, onderhouden en gebruikt, maar dit gebeurde in overleg met gedaagden die het perceel niet hebben verlaten.
Eisers vorderen een verklaring voor recht dat zij eigenaar zijn geworden door verkrijgende verjaring en een verbod voor gedaagden om het perceel te betreden. Gedaagden vorderen primair een verklaring dat zij eigenaar blijven en subsidiair ontruiming en een verbod voor eisers om het perceel te betreden. Daarnaast stellen zij dat er een bruikleenovereenkomst geldt die opzegbaar is met een opzegtermijn.
De rechtbank stelt vast dat het gebruik van het perceel door eisers niet heeft geleid tot bezit in de zin van het Burgerlijk Wetboek, omdat het gebruik plaatsvond met toestemming van de eigenaar en er geen sprake was van bezitsoverdracht. De rechtsverhouding kwalificeert als bruikleen of een overeenkomst van gebruik sui generis. Eisers zijn daarom niet eigenaar geworden door verkrijgende verjaring.
De vorderingen van eisers worden afgewezen. Gedaagden blijven eigenaar en mogen het perceel betreden. Eisers mogen het perceel gebruiken op basis van de bruikleenovereenkomst die door gedaagden kan worden opgezegd met een termijn van minimaal drie maanden. Eisers worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Eisers zijn niet eigenaar geworden door verkrijgende verjaring; gedaagden blijven eigenaar en er geldt een bruikleenovereenkomst.