ECLI:NL:RBARN:2008:BD1964
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.W. Huijgen
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur bij faillissement Ganador
De curator vordert betaling van het tekort in de faillissementen van meerdere vennootschappen behorende tot Ganador, op grond van artikel 2:248 BW Pro. De bestuurder, tevens vennoot, wordt verweten het gehele exploitatiesaldo naar een derdengeldrekening te hebben overgemaakt, waardoor de liquiditeit nihil werd en schuldeisers werden benadeeld. Tevens zou hij niet serieus hebben onderhandeld over een overnamebod van een grote schuldeiser, waardoor een faillissement mogelijk voorkomen had kunnen worden.
De rechtbank oordeelt dat de curator aan zijn stelplicht heeft voldaan en dat het gedrag van de bestuurder kennelijk onbehoorlijk was. Het doorstorten van het exploitatiesaldo en het niet uitonderhandelen van het bod hebben in belangrijke mate bijgedragen aan het faillissement. Het verweer dat het faillissement onafwendbaar was door economische omstandigheden wordt verworpen, mede omdat de curator na faillissement nog voldoende middelen wist te realiseren om schuldeisers te voldoen.
De aansprakelijkheid van de bestuurder wordt vastgesteld voor de schulden van de Ganador-vennootschappen, exclusief een andere BV die niet onder het kennelijk onbehoorlijk bestuur valt. De zaak wordt verwezen naar schadestaatprocedure voor vaststelling van het exacte tekort. De bestuurder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De bestuurder wordt hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor het faillissementstekort van Ganador wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur.