ECLI:NL:RBARN:2008:BD5450
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.G. Smedema
- P.A. Huidekoper
- C.M.E. Lagarde
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid
In deze wrakingsprocedure verzocht verzoekster de wraking van de rechter wegens het niet uitstellen van een zitting op 18 maart 2008, terwijl zij wegens opname in het ziekenhuis niet zelf kon verschijnen. Tevens stelde zij dat de rechter de belangen van haar broer zwaarder zou wegen en dat het beginsel van hoor en wederhoor en equality of arms was geschonden.
De rechtbank overwoog dat de rechter uitgebreid met beide partijen had gesproken op eerdere zittingen en dat de zitting van 18 maart 2008 vooral bedoeld was voor repliek van advocaten. De aanwezigheid van verzoeksters advocaat waarborgde voldoende belangenbehartiging. Ook werd het late toezenden van stukken door de tegenpartij niet als reden voor uitstel gezien.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen feiten of omstandigheden waren die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigden. De belangenafweging van de rechter om de spoedige voortgang te laten prevaleren boven het uitstelverzoek werd als redelijk beoordeeld.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. De beslissing werd uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit Smedema, Huidekoper en Lagarde op 7 april 2008.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van feiten die onpartijdigheid aantasten.