ECLI:NL:RBARN:2008:BD6020
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige geluidshinder door laminaatvloer in appartement
Eisers, bewoners van een appartement op de benedenverdieping, vorderen dat gedaagde, eigenaar van het bovenliggende appartement, de laminaatvloer verwijdert vanwege ernstige geluidsoverlast. De laminaatvloer is aangebracht op een houten woningscheidende vloer die niet voldoet aan de gestelde eisen voor contactgeluidsisolatie. Expertiserapporten tonen aan dat de vloerconstructie onvoldoende is en dat de laminaatvloer de geluidshinder zelfs verergert.
Gedaagde betwist het spoedeisend belang en stelt dat verwijdering op dit moment onredelijk is vanwege de voorgenomen verkoop van haar appartement. Zij is bereid de vloer vrij te maken van de muren en een verende strook aan te brengen, zoals aanbevolen in het rapport.
De rechtbank oordeelt dat de laminaatvloer onrechtmatige hinder veroorzaakt in strijd met artikel 17 van Pro het Modelreglement en artikel 5:37 jo Pro. 6:162 BW. Verwijdering op korte termijn gaat echter te ver gezien de belangenafweging tussen eisers en gedaagde. Daarom wordt gedaagde bevolen binnen 21 dagen de vloer aan te passen conform de aanbevelingen en uiterlijk binnen zes maanden de laminaatvloer te verwijderen, met een dwangsom bij niet-naleving.
Uitkomst: Gedaagde wordt bevolen binnen 21 dagen de laminaatvloer aan te passen en binnen zes maanden te verwijderen wegens onrechtmatige geluidshinder.