ECLI:NL:RBARN:2008:BD6030
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep op vervalbeding in beroepsaansprakelijkheidsverzekering
Kroezen Tussenholding B.V. en een makelaar, hierna Kroezen en mede-eiser genoemd, vorderen vergoeding van schade en kosten van Nassau Verzekering Maatschappij N.V. op grond van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering. De hoofdzaak betreft een beroepsfout waarvoor Kroezen en mede-eiser aansprakelijk worden gesteld. Nassau beroept zich op een vervalbeding in de polisvoorwaarden (artikel 7.3 SII 2003) dat bepaalt dat rechten vervallen indien binnen een jaar na kennisgeving geen gerechtelijke stappen worden genomen.
De rechtbank stelt vast dat het vervalbeding volgens het nieuwe verzekeringsrecht in Boek 7 BW niet langer is toegestaan, maar dat dit beding hier geldig blijft vanwege overgangsrecht. Nassau heeft in 2005 duidelijk en ondubbelzinnig gewezen op het vervalbeding en de termijn, en Kroezen en mede-eiser hebben dit begrepen en zelfs om verlenging verzocht, die niet is toegestaan.
De rechtbank volgt de vaste rechtspraak van de Hoge Raad en oordeelt dat het beroep van Nassau op het vervalbeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is. Omdat Kroezen en mede-eiser niet tijdig Nassau in rechte hebben betrokken, is hun recht op schadevergoeding vervallen. De vorderingen worden afgewezen en de zaak wordt aangehouden om te worden gevoegd bij de hoofdzaak na afronding van de bewijslevering.
Uitkomst: De vordering van Kroezen en mede-eiser wordt afgewezen wegens verstrijken van de vervaltermijn.