ECLI:NL:RBARN:2008:BD6857
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident inzake parallelle procedures over transportaansprakelijkheid onder CMR-Verdrag
In deze zaak staat een bevoegdheidsincident centraal waarbij de rechtbank Arnhem moet beoordelen of zij bevoegd is om kennis te nemen van een geschil tussen [eiseres], een Nederlands transportbedrijf, en Currie c.s., waaronder een Duits en een Brits bedrijf, over schade geleden bij het vervoer van computers onder het CMR-Verdrag.
Currie c.s. heeft een procedure aanhangig gemaakt bij het Landgericht Augsburg in Duitsland, waarin zij een schadevergoeding vorderen wegens diefstal van een deel van de lading. [eiseres] betwist de bevoegdheid van de Duitse rechter en stelt dat de rechtbank Arnhem bevoegd is op grond van artikel 31 van Pro het CMR-Verdrag en artikel 6 van Pro de EEX-Verordening.
De rechtbank analyseert de toepasselijkheid van het CMR-Verdrag en de EEX-Verordening, met name de vraag welk gerecht het eerst is aangebracht en of de Duitse procedure tijdig is betekend. Omdat partijen nog niet volledig hebben gereageerd op elkaars standpunten en de uitspraak van het Landgericht, wordt de beslissing aangehouden en partijen in de gelegenheid gesteld om nadere stukken in te dienen.
De zaak betreft complexe internationale bevoegdheidsvraagstukken binnen het kader van het CMR-Verdrag en de EEX-Verordening, waarbij de rechtbank zorgvuldig de volgorde van procedures en de toepasselijkheid van internationale regels toetst.
Uitkomst: De rechtbank Arnhem verklaart zich niet bevoegd en houdt de zaak aan om partijen gelegenheid te geven te reageren op de Duitse procedure en de uitspraak.