ECLI:NL:RBARN:2008:BD7019
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- G. Noordraven
- C. Lely-Van Goch
- J.H.M. Westenbroek
- Rechtspraak.nl
Veroordeling politieagent voor opzettelijke zware mishandeling tijdens aanhouding
De rechtbank Arnhem heeft op 11 juli 2008 geoordeeld dat een politieagent zich schuldig heeft gemaakt aan opzettelijke zware mishandeling tijdens de aanhouding van een verdachte in Nijmegen op 11 juni 2004. De agent heeft de gehandicapte arm van de verdachte opzettelijk overstrekt, wat resulteerde in een gebroken arm die een operatie en langdurige nabehandeling vereiste.
De officier van justitie vorderde vrijspraak, stellende dat het letsel niet bewezen aan de agent kon worden toegerekend of dat het opzet ontbrak. De verdediging stelde eveneens dat er geen zwaar lichamelijk letsel was en dat het opzet ontbrak. De rechtbank verwierp deze verweren en achtte bewezen dat de agent willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.
De rechtbank oordeelde dat het geweld niet proportioneel of subsidiar was, mede omdat de agent bewust had afgezien van een minder belastende armoverstrekking vanwege de handicap van de verdachte. Het beroep op noodweer en noodweerexces werd verworpen. De strafmaat werd vastgesteld op een werkstraf van 120 uur, met een vervangende hechtenis van 60 dagen bij niet-naleving.
Daarnaast werd een immateriële schadevergoeding van €2.000 toegewezen aan het slachtoffer, met een schadevergoedingsmaatregel opgelegd aan de veroordeelde. Andere civiele vorderingen werden niet-ontvankelijk verklaard en dienen bij de burgerlijke rechter te worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 120 uur werkstraf en €2.000 schadevergoeding wegens opzettelijke zware mishandeling.