ECLI:NL:RBARN:2008:BD7637
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing van wederzijdse contactverboden in familierechtelijke geschil
In deze zaak vorderen partijen wederzijdse contactverboden vanwege een zeer gespannen onderlinge verhouding gekenmerkt door stalking en lastercampagnes. De eiseressen vorderen dat gedaagden gedurende een jaar geen contact met hen mogen opnemen en zich niet in hun woonomgeving mogen bevinden. Daarnaast vordert de moeder een verbod voor gedaagden om het graf van haar overleden kind te bezoeken en daar materialen achter te laten.
De rechtbank overweegt dat de vorderingen tot contactverboden noodzakelijk zijn om rust te creëren en wijst deze toe voor de duur van een jaar, met een gemaximeerde dwangsom. De vordering tot een verbod om het graf te bezoeken wordt afgewezen omdat het aangevoerde codicil niet voldoet aan de wettelijke vereisten van artikel 4:97 BW Pro en derhalve geen uiterste wilsbeschikking vormt.
De wederzijdse vorderingen tot verbod op beledigingen worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het reeds geldende wettelijke verbod op belediging. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Wederzijdse contactverboden worden toegewezen voor de duur van een jaar, overige vorderingen worden afgewezen.