ECLI:NL:RBARN:2008:BD7737
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op meewerkaftrek voor achterwacht echtgenote dierenarts
Eiser, een dierenarts en ondernemer, vordert meewerkaftrek voor zijn echtgenote over de jaren 2001 tot en met 2004. Hij stelt dat zijn echtgenote als achterwacht fungeerde tijdens zijn wachtdiensten, waarbij zij beschikbaar was gedurende nachten, weekenden en feestdagen. De rechtbank stelt vast dat slapen tijdens deze beschikbaarheid niet als arbeid kan worden aangemerkt en dat eiser onvoldoende concrete bewijzen heeft geleverd over de daadwerkelijke uren die zijn echtgenote heeft gewerkt.
De rechtbank benadrukt dat de normale bijstand die echtgenoten elkaar verschuldigd zijn niet meetelt voor de meewerkaftrek. Ook ontbreekt het aan onderbouwing over de noodzaak en omvang van de achterwachtfunctie. Verweerder heeft terecht de navorderingsaanslagen en boetes gehandhaafd, waaronder een vergrijpboete over 2002 die passend wordt geacht.
Gelet op het ontbreken van aannemelijk bewijs acht de rechtbank de vorderingen ongegrond en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de navorderingsaanslagen en boetes.