ECLI:NL:RBARN:2008:BD9719
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vader belast met ouderlijk gezag en voorlopige ondertoezichtstelling minderjarige
De rechtbank Arnhem behandelde op 31 juli 2008 een zaak betreffende het ouderlijk gezag en de zorg voor een minderjarige. De moeder was vanwege psychiatrische problematiek onbevoegd het gezag uit te oefenen, waarna de minderjarige onder voorlopige voogdij van Stichting BJZ Gelderland werd geplaatst. De ouders hadden gezamenlijk gezag laten aantekenen, maar deze aantekening werd nietig verklaard omdat de moeder destijds onbevoegd was.
De vader verzocht om met het ouderlijk gezag belast te worden, wat door de Raad voor de Kinderbescherming werd ondersteund onder de voorwaarde dat de minderjarige voorlopig onder toezicht gesteld en uithuisgeplaatst zou worden. De rechtbank oordeelde dat onder deze voorwaarden geen gegronde vrees voor verwaarlozing bestond en kende het gezag toe aan de vader. De voorlopige voogdij kwam hiermee te vervallen.
Daarnaast stelde de rechtbank de minderjarige voorlopig onder toezicht voor maximaal drie maanden en verleende zij machtiging tot uithuisplaatsing in een pleegzorgvoorziening. De ouders maakten geen bezwaar tegen deze maatregelen. De zaak zal op een nader te bepalen datum worden voortgezet voor de behandeling van de definitieve ondertoezichtstelling en eventuele uithuisplaatsing.
Uitkomst: De vader wordt belast met het ouderlijk gezag, de minderjarige wordt voorlopig onder toezicht gesteld en uithuisgeplaatst.