ECLI:NL:RBARN:2008:BE2919
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. van Driel van Wageningen
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep op verkrijgende en bevrijdende verjaring inzake verplaatsing erfafscheiding
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of gedaagde door middel van verkrijgende of bevrijdende verjaring eigenaar is geworden van een strook grond waarop een beukenhaag is geplaatst. De rechtbank Arnhem oordeelt dat niet is komen vast te staan dat de beukenhaag op dezelfde plek is neergezet als de oude coniferenhaag. Diverse getuigenverklaringen en ter plaatse waargenomen feiten wijzen erop dat de haag naar binnen is opgeschoven, waardoor gedaagde niet te goeder trouw was bij het bezit van de grond.
De rechtbank weegt de verklaringen van getuigen, waaronder de hovenier die de haag heeft geplaatst, en concludeert dat het beroep op verkrijgende verjaring faalt omdat de vereiste goede trouw ontbreekt. Ook het beroep op bevrijdende verjaring wordt verworpen omdat de termijn van twintig jaar niet is voltooid. Daarnaast faalt het subsidiaire beroep op rechtsverwerking.
De rechtbank verklaart de kadastrale grens zoals aangegeven in de veldwerktekening van 2005 als de juridische eigendomsgrens en veroordeelt gedaagde tot verwijdering van de beukenhaag, vier bomen nabij de grens en klimopbegroeiing op het perceel van eisers. Tevens worden dwangsommen opgelegd voor het niet nakomen van deze veroordelingen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Beroep op verkrijgende en bevrijdende verjaring wordt verworpen en gedaagde wordt veroordeeld tot verwijdering van haag, bomen en klimop.