ECLI:NL:RBARN:2008:BE9915
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Bruins
- C. Lely-Van Goch
- A. Tegelaar
- Rechtspraak.nl
Ontnemingsvordering wegens wederrechtelijk verkregen voordeel bij oplichting
De officier van justitie vorderde dat de rechtbank het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde vaststelt en veroordeelde verplicht tot betaling aan de Staat. De vordering werd ter terechtzitting onderzocht waarbij veroordeelde niet aanwezig was, maar vertegenwoordigd door zijn raadsman.
De rechtbank baseerde haar oordeel op het strafvonnis en het proces-verbaal van de politie Gelderland-Midden, waarin meerdere feiten van oplichting en soortgelijke feiten tegen veroordeelde waren vastgesteld. De rechtbank achtte aannemelijk dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel had genoten uit deze feiten.
Hoewel de verdediging onkosten opvoerde, werden deze slechts gedeeltelijk erkend omdat bewijs ontbrak en luxe uitgaven niet als onkosten werden geaccepteerd. De rechtbank bracht gemaakte onkosten van €5.000,- en twee verbeurde geldbedragen in mindering op de vordering. Uiteindelijk stelde de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €68.223,33 en legde veroordeelde de verplichting op tot betaling van dit bedrag aan de Staat.
Uitkomst: Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op €68.223,33 en veroordeelde wordt verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen.