ECLI:NL:RBARN:2008:BF1823
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na twee arbeidsongevallen wegens onvoldoende bewijs en zorgplichtschending
De werknemer vorderde schadevergoeding wegens twee arbeidsongevallen tijdens zijn werkzaamheden voor de werkgever. Het eerste ongeval vond plaats op 27 februari 2001 in Italië, waarbij de oorzaak van het letsel onduidelijk bleef door tegenstrijdige verklaringen. De werkgever stelde dat de werknemer mogelijk een zware last met de hand probeerde te verplaatsen, wat niet redelijk was zonder letsel op te lopen.
De rechtbank oordeelde dat de werknemer onvoldoende had gesteld om de werkgever aansprakelijk te houden wegens schending van de zorgplicht ex artikel 7:658 BW Pro. De constructie van het materieel was deugdelijk en de werkgever hoefde geen specifieke instructies te geven voor het verplaatsen van zware lasten.
Het tweede ongeval betrof een incident met een pompwagen op 24 september 2002. De werkgever betwistte de toedracht en stelde dat de werknemer goed geïnstrueerd was. Medische rapporten toonden geen duidelijke oorzaak voor de aanhoudende klachten. De rechtbank concludeerde dat de werknemer onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de schade verband hield met het ongeval en dat de werkgever tekort was geschoten.
De vorderingen werden afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten van €1.750,-. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter Messer-Dinnissen op 11 juli 2008.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van aansprakelijkheid en causaliteit.