ECLI:NL:RBARN:2008:BF5175
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Waardering getuigenbewijs bij handgemeen met letsel en discussie over eigen schuld
De rechtbank Arnhem heeft op 24 september 2008 uitspraak gedaan in een civiele zaak over een handgemeen op 5 juli 2003 waarbij eiser letsel heeft opgelopen. De procedure omvatte meerdere getuigenverhoren en een tussenvonnis. Eiser vorderde schadevergoeding en een belastinggarantie, terwijl gedaagden zich tegen de eiswijziging verzetten.
De rechtbank heeft de verklaringen van tien getuigen zorgvuldig gewogen, waarbij rekening is gehouden met het chaotische karakter van het incident en de emotionele betrokkenheid van de familieleden. Het is vastgesteld dat gedaagde sub 1 eiser eenmaal met de hand tegen het hoofd heeft geslagen en hem stevig bij de kraag heeft gegrepen en geschud, zonder dat eiser ademnood kreeg. De rol van gedaagde sub 2 in het slaan en schoppen kon niet worden bewezen.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet bewusteloos is geweest, maar wel verward na het incident. De stelling van gedaagden dat eiser eigen schuld had aan het ontstaan van de schade werd deels erkend: de belediging door eiser droeg bij aan het ontstaan van het incident, maar het slaan door gedaagde sub 1 was de directe oorzaak. Daarom werd een schadeverdeling van 80% voor gedaagde sub 1 en 20% voor eiser voorlopig aangehouden.
Vanwege de medische aspecten van de zaak wordt een deskundigenbericht op het gebied van neurologie voorgesteld om de relatie tussen het letsel en het incident te onderzoeken. Partijen worden in de gelegenheid gesteld zich hierover uit te laten. De zaak wordt aangehouden tot nadere besluitvorming.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tegen gedaagde sub 2 af, acht gedaagde sub 1 voor 80% aansprakelijk en wijst een deskundigenbericht neurologie toe.