ECLI:NL:RBARN:2008:BF8710
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Plaatsing in inrichting voor jeugdigen wegens poging afpersing en vernieling
Op 20 april 2008 heeft verdachte samen met anderen geprobeerd twee slachtoffers te dwingen tot afgifte van geld en mobiele telefoons door bedreiging met een bijl. Verdachte heeft ook een bijl gestolen en met deze bijl een boompje beschadigd. Daarnaast heeft hij vernieling gepleegd aan een buitenspiegel van een auto.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medepleger was bij de poging tot afpersing en poging tot diefstal met geweld, alsmede de diefstal van de bijl en vernieling van het boompje en de auto. De verdediging voerde onder meer aan dat verdachte toestemming had voor de bijl en dat onvoldoende bewijs was voor de bedreiging, maar deze verweren werden verworpen.
Psychologische rapportages concluderen dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is door een ziekelijke stoornis en zwakbegaafdheid, met een groot recidiverisico zonder adequate behandeling. De rechtbank legt daarom de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen op, gelet op de ernst van de feiten en de noodzaak van behandeling.
De rechtbank wijst schadevergoedingen toe aan de slachtoffers, waaronder €600 aan immateriële schade aan het eerste slachtoffer en €600 aan het tweede slachtoffer, met wettelijke rente vanaf 20 april 2008. Bij niet-betaling wordt de schadevergoeding vervangen door jeugddetentie.
De uitspraak werd gedaan op 22 september 2008 door de meervoudige kamer voor kinderstrafzaken van de rechtbank Arnhem.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen en betaling van schadevergoedingen aan slachtoffers.