ECLI:NL:RBARN:2008:BF9690
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op verhoging heffingskorting bij belastingkorting voor verlies uit oud aanmerkelijk belang
Eiseres verzocht om verhoging en uitbetaling van haar heffingskorting over 2004 op grond van artikel 8.9 Wet IB 2001, omdat haar partner voldoende inkomensheffing zou betalen. Haar partner had een belastingkorting voor een in 1999 geleden verlies uit aanmerkelijk belang, waardoor zijn verschuldigde inkomensheffing nihil werd.
De rechtbank stelde vast dat de belastingkorting voor verlies uit aanmerkelijk belang geen civielrechtelijke verrekening van een vordering betreft, maar een vermindering van de verschuldigde inkomensheffing. Dit betekent dat de partner feitelijk geen inkomensheffing verschuldigd is, waardoor de heffingskorting van eiseres niet kan worden verhoogd.
De rechtbank verwees naar de wettelijke bepalingen in de Wet IB 2001 en de Invoeringswet, waarin expliciet is geregeld dat deze belastingkorting de inkomensheffing vermindert. Ook de parlementaire geschiedenis ondersteunt dit standpunt.
Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat de belastingkorting voor verlies uit aanmerkelijk belang een vermindering van de inkomensheffing is, waardoor geen verhoging van de heffingskorting mogelijk is.