ECLI:NL:RBARN:2008:BG1591
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Incident tot verwijzing agentuurovereenkomst naar sector kantonrechter
In deze procedure is een incident behandeld waarin de vraag centraal stond of de zaak, betreffende een agentuurovereenkomst tussen partijen, moet worden verwezen naar de sector kantonrechter. De samenwerking betrof bemiddeling en beheer van appartementen in Oostenrijk, waarbij een vergoeding van 20% van de netto verhuuropbrengst was afgesproken.
De rechtbank kwalificeerde de afspraken voorlopig als een agentuurovereenkomst in de zin van artikel 7:428 BW Pro, gericht op bemiddeling bij het tot stand komen van huurovereenkomsten. De vraag welk recht van toepassing is, Oostenrijks of Nederlands, werd in het midden gelaten, maar op basis van het Verdrag van Rome werd aangenomen dat Nederlands recht van toepassing is, omdat partijen hun gewone verblijfplaats in Nederland hadden.
Gezien de aard van de overeenkomst en de samenhang van vorderingen werd de zaak verwezen naar de sector kantonrechter in Tiel. Tevens werd bepaald dat partijen niet verplicht zijn om bij de rolzitting te verschijnen en dat zij zich in het vervolg van de procedure ook persoonlijk of via gemachtigde kunnen laten vertegenwoordigen. De kosten van het incident werden aan eisers opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verwijst de zaak naar de sector kantonrechter en acht Nederlands recht van toepassing op de agentuurovereenkomst.