ECLI:NL:RBARN:2008:BG5217
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. van Driel van Wageningen
- Rechtspraak.nl
Voorkeursrecht van koop na overdracht en beslag op onroerende zaak
In deze zaak staat centraal of een voorkeursrecht van koop, verleend aan een partij in 1991, kan worden ingeroepen nadat dit recht in eigendom is overgedragen aan een derde partij. De eiser vordert een verklaring voor recht dat hij het voorkeursrecht kan uitoefenen op een woning, terwijl de gedaagden zich hiertegen verzetten en tevens het conservatoir beslag op de woning willen opheffen.
De rechtbank stelt vast dat het voorkeursrecht een persoonlijk recht is en dat de overdracht van dit recht zonder instemming van de wederpartij in strijd is met de aard ervan. Hoewel het recht oorspronkelijk aan de bedrijfsopvolger was verleend, is het na overdracht aan een andere partij niet zonder meer overdraagbaar. De vorderingen van de eiser worden daarom afgewezen en hij wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast wordt het conservatoir beslag op de woning opgeheven omdat het onrechtmatig is gelegd. De door gedaagden gevorderde schadevergoeding wegens het beslag wordt niet toegekend vanwege onvoldoende onderbouwing en rekening houdend met huuropbrengsten. De proceskosten worden verdeeld conform de uitkomst van de procedure.
Uitkomst: Het voorkeursrecht is niet overdraagbaar zonder instemming, het beslag wordt opgeheven en de vorderingen van eiser worden afgewezen.