ECLI:NL:RBARN:2008:BG6110
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag kennelijk onredelijk wegens onvoldoende vergoeding en leeftijd werknemer
De werknemer, sinds 1994 in dienst als conciërge bij Marant, werd per 1 juli 2008 ontslagen na toestemming van het CWI. Hij was vanaf 1 maart 2008 vrijgesteld van werkzaamheden vanwege functieverval. Het Sociaal Statuut, dat op hem van toepassing is, voorzag in een vergoeding van één bruto maandsalaris en een mobiliteitstraject.
De werknemer betwistte de redelijkheid van het ontslag en de geboden voorziening, mede vanwege zijn leeftijd (55 jaar) en de moeilijkheid om een nieuwe baan te vinden. Hij stelde dat Marant een voorgewende reden gebruikte en dat de vergoeding onvoldoende was, zeker gezien eerdere ontslagen met hogere vergoedingen en de financiële situatie van Marant.
De kantonrechter oordeelde dat Marant gerechtigd was te reorganiseren, maar dat de gevolgen voor de werknemer te ernstig waren in verhouding tot het belang van Marant. Gezien de leeftijd van de werknemer, het ontbreken van het BBWO voor hem, de non-actiefstelling zonder instemming en de hogere vergoedingen aan anderen, was het ontslag kennelijk onredelijk. Daarom werd een billijke schadevergoeding van €15.000 bruto toegekend, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 juli 2008.
Uitkomst: Het ontslag van de werknemer per 1 juli 2008 is kennelijk onredelijk en Marant moet een schadevergoeding van €15.000 bruto betalen.