ECLI:NL:RBARN:2008:BG7056
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ziekenhuis wegens nietige borgstelling voor ziekenhuisfacturen
Ziekenhuis Rivierenland vorderde betaling van ziekenhuisfacturen van de schoonmoeder van gedaagde, die was opgenomen en behandeld in het ziekenhuis. Gedaagde had een garantstelling ondertekend voor de betaling van deze kosten. De verzekeringsmaatschappij weigerde dekking vanwege een bestaande aandoening.
De rechtbank kwalificeerde de garantstelling als een borgtochtsovereenkomst. Omdat er geen maximum bedrag was afgesproken en de kosten nog niet vaststonden bij het aangaan, oordeelde de rechtbank dat de borgtocht nietig was op grond van artikel 3:39 BW Pro in samenhang met artikel 7:858 BW Pro.
Het verweer van gedaagde dat hij niet aansprakelijk is, werd gegrond verklaard. De vordering van Ziekenhuis Rivierenland werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank vond geen sprake van een rechtstreekse verbintenis tussen het ziekenhuis en gedaagde.
Uitkomst: De vordering van Ziekenhuis Rivierenland wordt afgewezen wegens nietigheid van de borgtochtsovereenkomst.