ECLI:NL:RBARN:2008:BG7061
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen tenuitvoerlegging Duitse vonnissen wegens betwiste betekening en toepasselijk Duits recht
De rechtbank Arnhem behandelde een verzetprocedure van opposanten tegen de tenuitvoerlegging van vier Duitse gerechtelijke uitspraken, waarbij zij betwistten dat de betekening van processtukken en vonnissen correct had plaatsgevonden. De opposanten vorderden de intrekking van het verlof tot tenuitvoerlegging dat eerder door de voorzieningenrechter was verleend.
De rechtbank oordeelde dat de verzettermijn niet was overschreden, omdat betekening niet persoonlijk had plaatsgevonden zoals vereist volgens Nederlands recht, waardoor het verzet ontvankelijk was. Ten aanzien van de inhoudelijke bezwaren over de betekening van de Duitse uitspraken werd geoordeeld dat de rechtbank niet vrij is om de juistheid van de buitenlandse beslissingen te toetsen, maar wel nadere informatie over het toepasselijke Duitse procesrecht nodig heeft.
De rechtbank verwees de zaak naar de rol voor nadere instructies van partijen over de procedurele aspecten volgens Duits recht en vroeg bewijsstukken over de betekening en het adres van opposanten. De beslissing over het verzet werd aangehouden om mogelijke uiteenlopende appelprocedures te voorkomen. Het vonnis werd gewezen door mr. A.E.B. ter Heide op 19 november 2008.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het verzet ontvankelijk maar houdt verdere beslissing aan voor nadere informatie over Duits recht.