ECLI:NL:RBARN:2008:BG7782
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.G.J. van Well
- C.M.J. Peters
- J.H.M. Westenbroek
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek gegrond verklaard wegens gegronde vrees voor rechterlijke vooringenomenheid
Verzoeker heeft bij de rechtbank Arnhem een wrakingsverzoek ingediend tegen de politierechter die betrokken was bij zijn strafzaak. Verzoeker baseerde dit verzoek op een eerder vonnis waarin hij met naam en toenaam werd genoemd als medepleger in een strafzaak tegen een medeverdachte, waarbij dezelfde politierechter betrokken was. Verzoeker vreesde hierdoor een gebrek aan onpartijdigheid bij de behandeling van zijn zaak.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek beoordeeld aan de hand van artikel 512 Sv Pro en artikel 6 lid 1 EVRM Pro, waarbij uitgangspunt is dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing geven voor vooringenomenheid. De rechtbank constateerde dat hoewel er geen bewijs is van daadwerkelijke vooringenomenheid, het bijzondere samenstel van omstandigheden – met name de inhoudelijke vermelding van verzoeker in het eerdere vonnis door dezelfde politierechter – een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid oplevert.
Daarom verklaarde de rechtbank het wrakingsverzoek gegrond en werd de politierechter uit de zaak verwijderd. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is gegrond verklaard wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor rechterlijke vooringenomenheid.