ECLI:NL:RBARN:2008:BG9217
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor bodemverontreiniging en gebreken bij levering bedrijventerrein
In deze civiele zaak stond de koop van een bedrijventerrein centraal, waarbij DVV c.s. Campina aansprakelijk stelde wegens bodemverontreiniging, aanwezigheid van een hoofdwaterleiding en een langdurig bewoonde containerwoning op het terrein. De koopovereenkomst bevatte garanties over de staat van de grond en de afwezigheid van verontreinigingen die het beoogde gebruik als bouwgrond zouden belemmeren.
De rechtbank stelde vast dat de grond verontreinigd was met oliehoudende melkbussen en ernstig verontreinigd slib, waarvan de laatste pas na levering werd ontdekt. DVV c.s. hadden tijdig geklaagd over het slib, maar niet tijdig over de olieverontreiniging en de aanwezigheid van de containerwoning. De rechtbank oordeelde dat de klachttermijn van artikel 7:23 lid 1 BW Pro niet was nageleefd voor de olieverontreiniging en de containerwoning, waardoor die vorderingen werden afgewezen.
Voor de nieuwe verontreiniging door het slib gold dat deze niet bekend was bij partijen en dat het risico daarvan bij de verkoper (Campina) ligt, omdat het het beoogde gebruik belemmert. Campina werd daarom gehouden tot vergoeding van de saneringskosten. Over de omvang van de schadevergoeding werd nader bewijs gevraagd. De vordering voor de hoofdwaterleiding werd afgewezen wegens niet tijdige klacht. De procedure werd aangehouden voor nadere specificatie van schade en bewijsstukken.
Uitkomst: Campina is aansprakelijk voor saneringskosten van onbekende bodemverontreiniging, maar vorderingen wegens andere gebreken worden afgewezen wegens te late klachten.