ECLI:NL:RBARN:2008:BH0119
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit huishoudelijke verzorging wegens onvoldoende onderzoek naar zorgcapaciteit huisgenoot
Eiser kreeg op grond van de Wmo huishoudelijke verzorging toegekend voor 1,5 uur per week over de periode 30 mei 2007 tot 30 mei 2008. Verweerder baseerde dit op het standpunt dat eisers zoon, als huisgenoot, in staat zou zijn de huishoudelijke taken te verrichten, waardoor meer hulp niet nodig was. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de gezondheidstoestand en andere omstandigheden van de zoon, zoals diens allergie en baan, die hem mogelijk belemmeren in het verrichten van huishoudelijke taken.
Hoewel de periode van het besluit verstreken is, is er nog procesbelang omdat eiser ook na 30 mei 2008 huishoudelijke verzorging toegekend kreeg en bezwaar maakte tegen dat besluit. De rechtbank stelt dat het zorgvuldigheidsbeginsel vereist dat verweerder in de fase voorafgaand aan het besluit een grondig onderzoek verricht, inclusief het persoonlijk horen van de zoon, wat niet is gebeurd.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak. De vergoeding van het griffierecht aan eiser wordt eveneens bevolen. De rechtbank wijst het aanbod van verweerder om aanvullende stukken over te leggen af, omdat dit in strijd zou zijn met een goede procesorde.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt verplicht een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.