ECLI:NL:RBARN:2008:BH1211
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I. de Waal-van Wessem
- Rechtspraak.nl
Vaststelling hoofdverblijfplaats en omgangsregeling minderjarige na verhuizing naar Zwitserland
De rechtbank Arnhem oordeelt bevoegd te zijn op grond van Brussel II-bis, aangezien de ouders gezamenlijk het gezag over de minderjarige uitoefenen en de vader de bevoegdheid van de rechtbank heeft aanvaard. De minderjarige woont sinds kort na geboorte in Zwitserland, waar hij zich gezond en evenwichtig ontwikkelt en gehecht is aan de vader en grootouders.
De moeder stelt dat de vader niet in staat is de minderjarige adequaat te verzorgen en dat er sprake is van een zwakke band tussen haar en het kind. De rechtbank vindt echter dat de moeder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vader niet geschikt is, mede omdat de moeder geen openheid heeft gegeven over haar psychische gesteldheid en het onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming dit bevestigt.
De rechtbank stelt de hoofdverblijfplaats vast bij de vader in Zwitserland, omdat het in het belang van het kind is om in zijn vertrouwde omgeving te blijven. Tegelijkertijd wordt een omgangsregeling vastgesteld waarbij de moeder zo frequent mogelijk contact met de minderjarige heeft, eerst begeleid in een omgangshuis in Zwitserland, met als doel geleidelijke uitbreiding naar onbegeleide omgang, ook in vakanties.
De kosten van de omgang, waaronder vliegtickets en verblijf, worden gelijkelijk verdeeld. De rechtbank benadrukt het belang van goede communicatie en samenwerking tussen ouders en adviseert deskundige hulp in te schakelen om spanningen te voorkomen en het contact tussen moeder en kind te bevorderen.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt vastgesteld bij de vader in Zwitserland en een begeleide omgangsregeling met de moeder wordt vastgesteld in een omgangshuis in Zwitserland.