ECLI:NL:RBARN:2008:BH1416
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Heffingsrente terecht en correct berekend bij navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2000
De erfgenamen van wijlen de heer X stelden beroep in tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2000, waarbij een belastbaar inkomen van ƒ 862.772 werd vastgesteld en heffingsrente van ƒ 46.472 werd opgelegd. De navorderingsaanslag was gebaseerd op een vaststellingsovereenkomst waarin was overeengekomen dat de onderneming niet was voortgezet door de zoon C en het belastbaar inkomen dienovereenkomstig werd vastgesteld.
De rechtbank overwoog dat de heffingsrente conform artikel 30f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) wordt berekend en niet als sanctie dient, maar als compensatie voor het tijdelijk gemis aan rente. De erfgenamen hadden zich voorafgaand aan het sluiten van de vaststellingsovereenkomst kunnen laten informeren over de financiële gevolgen, waaronder de heffingsrente, en konden dit risico niet afwentelen.
Verder oordeelde de rechtbank dat de lange duur van de procedure niet aan de Belastingdienst te wijten was, aangezien zij pas in 2006 op de hoogte was gesteld van het niet voortzetten van de onderneming. Het beroep op de Leidraad Invordering en het gebrek aan financiële middelen werden eveneens verworpen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de heffingsrente terecht en correct is berekend.