ECLI:NL:RBARN:2008:BH1562
Rechtbank Arnhem
- Wraking
- P.J. Wiegman
- C. van Linschoten
- C.M.E. Lagarde
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen voorzitter wrakingskamer wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor partijdigheid
Verzoeker heeft meerdere wrakingsverzoeken ingediend in een lopende kantonzakenprocedure, waaronder tegen de voorzitter van de wrakingskamer. De rechtbank Arnhem heeft het wrakingsverzoek van 3 december 2008 tegen de nieuwe voorzitter behandeld en afgewezen. Verzoeker stelde dat de voorzitter mogelijk vooringenomen is vanwege eerdere betrokkenheid als griffier in een oude procedure en het behandelen van eerdere wrakingsverzoeken.
De rechtbank overweegt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die het tegendeel aannemelijk maken. Verzoeker heeft geen concrete, begrijpelijke feiten of omstandigheden aangevoerd die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen. De eerdere rol van de voorzitter als griffier en het behandelen van eerdere wrakingsverzoeken zijn onvoldoende om onpartijdigheid te betwijfelen.
Daarnaast is een wrakingsverzoek van 15 december 2008 tegen de behandelend voorzitter van de wrakingskamer niet-ontvankelijk verklaard omdat verzoeker geen concrete gronden noemde en het verzoek leek te zijn gericht op wraken om het wraken zelf, wat misbruik van procesrecht oplevert.
De rechtbank bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen. Tegen deze beschikking staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen voorzitter wrakingskamer afgewezen en vervolgwrakingsverzoeken niet in behandeling genomen.