ECLI:NL:RBARN:2008:BH1564
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot gedwongen schuldregeling ex artikel 287a Faillissementswet
Op 9 april 2008 diende verzoeker een verzoek in bij de rechtbank Arnhem tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ex artikel 287a Faillissementswet. Verzoeker vroeg tevens om Postbank N.V. te bevelen in te stemmen met een schuldregeling waarbij verzoeker drie jaar zijn inkomen aan de gemeente Nijmegen zou afstaan. De gemeente zou het vrij te laten bedrag berekenen en het meerdere reserveren voor schuldeisers, met een jaarlijkse uitbetaling.
Postbank N.V. ging niet akkoord met het voorstel. Tijdens de zitting van 19 mei 2008 werden verzoeker, een vertegenwoordiger van de gemeente Nijmegen en twee vertegenwoordigers van Postbank N.V. gehoord. De rechtbank beoordeelde of Postbank N.V. in redelijkheid tot weigering van instemming kon komen, waarbij werd gekeken naar de verhouding tussen het belang van Postbank en dat van verzoeker en overige schuldeisers.
De rechtbank concludeerde dat het voorstel onvoldoende was gedocumenteerd. Het bod was onduidelijk opgebouwd en het netto inkomen kwam niet overeen met het loon uit de arbeidsovereenkomst. Bovendien was het toezicht op naleving van de sollicitatieplicht via de gemeente minder streng dan in een wettelijke schuldsaneringsregeling. Daarom kon Postbank N.V. in redelijkheid weigeren in te stemmen met het voorstel.
Het verzoek tot gedwongen schuldregeling werd afgewezen, maar het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd in behandeling genomen en verzoeker werd opgeroepen voor een nadere zitting.
Uitkomst: Het verzoek tot oplegging van de schuldregeling aan Postbank N.V. wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.