ECLI:NL:RBARN:2008:BK7703
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C.G.J. van Well
- Rechtspraak.nl
Geen recht op aanvullende alleenstaande-ouderenkorting bij AOW-uitkering voor gehuwden
Eiser, woonachtig op een adres waar ook mevrouw Bentsink staat ingeschreven, ontvangt sinds maart 2002 een AOW-uitkering voor gehuwden. Hij heeft meerdere verzoeken ingediend bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) om zijn AOW-uitkering te herzien naar een uitkering voor ongehuwden, maar deze verzoeken zijn zowel in bezwaar als in hoger beroep afgewezen.
Voor het jaar 2005 heeft eiser aangifte inkomstenbelasting gedaan en daarbij de aanvullende ouderenkorting opgevoerd. De Belastingdienst heeft deze korting echter niet toegekend omdat eiser volgens de wet niet in aanmerking komt voor een AOW-uitkering voor ongehuwden.
De rechtbank stelt vast dat eiser geen nieuwe feiten heeft aangevoerd die de eerdere uitspraken van de SVB en de Centrale Raad van Beroep zouden weerleggen. Omdat eiser volgens artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet als gehuwde pensioengerechtigde wordt aangemerkt, heeft hij geen recht op de aanvullende ouderenkorting zoals bedoeld in artikel 8.18 van de Wet Inkomstenbelasting 2001.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De vraag of eiser en mevrouw Bentsink een samenlevingsovereenkomst hebben gesloten, blijft buiten beschouwing.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het recht op aanvullende ouderenkorting af.