ECLI:NL:RBARN:2008:BL7602
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens onvoldoende bewijs voor hogere ziektekostenaftrek voor gehandicapte zoon
Eiser, vader van een gehandicapte zoon die in Engeland woont, had een aftrek van € 6579 aan ziektekosten opgevoerd in zijn aangifte inkomstenbelasting over 2004. Verweerder had deze aftrek verminderd tot € 4000, wat leidde tot een lagere aftrekpost na toepassing van de drempel.
Eiser stelde beroep in tegen deze vermindering en overhandigde enkele bankafschriften uit 2003 waaruit blijkt dat hij maandelijks bedragen overmaakte aan zijn ex-echtgenote voor het levensonderhoud van zijn zoon. Echter, hij kon geen betalingsbewijzen overleggen die specifiek aantonen dat in 2004 uitgaven voor ziektekosten zijn gedaan.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de hogere ziektekostenaftrek terecht is. De bankafschriften uit 2003 en de overeenkomst uit 1999 zijn onvoldoende om uitgaven in 2004 aan te tonen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs voor hogere ziektekostenaftrek.