ECLI:NL:RBARN:2009:BH0210
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opheffing conservatoir beslag wegens onrechtmatig handelen bestuurders in faillissement
In deze kortgedingprocedure vorderen eisers, een besloten vennootschap en een natuurlijk persoon, de opheffing van conservatoir derdenbeslag gelegd door de curator in het faillissement van Wabru Gejo Infra B.V. De curator stelt dat eisers aansprakelijk zijn voor onrechtmatig handelen door selectieve betalingen aan schuldeisers te verrichten in de periode tussen faillissementsaanvraag en faillissementsuitspraak, waardoor de paritas creditorum is geschonden.
De rechtbank stelt vast dat het faillissement van Wabru op 8 maart 2006 is uitgesproken en dat in de dagen daarvoor betalingen zijn gedaan aan bepaalde schuldeisers, terwijl andere rekeningen bewust onbetaald zijn gelaten. Eisers waren bestuurder en aandeelhouder in de betrokken vennootschappen en wisten dat voldoening van alle schuldeisers niet mogelijk was, waardoor zij een rangorde hadden moeten hanteren.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het handelen van eisers voorshands onrechtmatig is jegens de boedel en dat het verzoek tot opheffing van het beslag niet kan worden toegewezen. De stelling dat het beslag onnodig is, wordt onvoldoende onderbouwd. Eisers worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van de curator. Het vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en op 14 januari 2009 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het conservatoir beslag wordt afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.