ECLI:NL:RBARN:2009:BH2467
Rechtbank Arnhem
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek machtiging voortgezet verblijf wegens ontbreken voorlopige machtiging
De rechtbank Arnhem behandelde een verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een machtiging tot voortgezet verblijf van een betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. De betrokkene was eerder onder een voorwaardelijke machtiging geplaatst, maar hield zich niet aan de voorwaarden, waardoor opname noodzakelijk werd geacht.
De betrokkene werd op 8 januari 2009 opgenomen op basis van een geneeskundige verklaring, maar de beslissing van de geneesheer-directeur tot opname werd pas op 22 januari 2009 schriftelijk vastgelegd. Tevens bleek dat de opname plaatsvond in een instelling die nog niet als psychiatrisch ziekenhuis was erkend volgens de Wet BOPZ, aangezien de officiële aanwijzing pas op 27 januari 2009 werd gegeven en nog niet was gepubliceerd.
De rechtbank oordeelde dat hierdoor geen conversie van de voorwaardelijke machtiging in een voorlopige machtiging had plaatsgevonden, zoals vereist voor het verlenen van een machtiging tot voortgezet verblijf. Omdat het verzoek tot machtiging voortgezet verblijf werd ingediend vóór de schriftelijke beslissing van de geneesheer-directeur en de instelling niet erkend was, verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in het verzoek.
Het verzoek tot schadevergoeding van de betrokkene werd afgesplitst en als afzonderlijk verzoek behandeld. De overige verweren bleven onbesproken vanwege de niet-ontvankelijkheid van het verzoek.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot machtiging voortgezet verblijf wegens het ontbreken van een voorlopige machtiging.