ECLI:NL:RBARN:2009:BH2959
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende bewijs voor onrechtmatige geluidshinder door transportbedrijf nabij woning
Eisers, huurders van een woning op een industrieterrein, klaagden over geluidsoverlast van vrachtwagens met koeling en een wasstraat van gedaagde, een transportbedrijf gevestigd op het aangrenzende perceel. Na klachten en geluidsmetingen door de gemeente bleek aanvankelijk sprake van overschrijding van de geluidsnormen, maar een latere meting toonde geen overtreding meer aan.
Eisers vorderden in kort geding dat gedaagde de geluidshinder zou staken en geluidsbeperkende maatregelen zou treffen. Gedaagde voerde verweer dat eisers niet ontvankelijk waren en dat de gevorderde voorzieningen te abstract waren. De voorzieningenrechter oordeelde dat eisers ontvankelijk waren en dat de voorzieningen concreet genoeg waren voor behandeling.
De rechter stelde dat eisers een zekere mate van hinder moeten dulden omdat zij op een industrieterrein wonen en wisten dat het transportbedrijf daar gevestigd was. De geluidshinder van de twee vrachtwagens met koeling en de wasstraat was onvoldoende aannemelijk gemaakt als onrechtmatig. Daarom werden de gevorderde voorzieningen afgewezen en werden eisers veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De gevorderde voorzieningen worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatige geluidshinder.