ECLI:NL:RBARN:2009:BH2976
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over relatiebeding en contractbeëindiging tussen Muhren Van Empel en Venture Partners
Muhren Van Empel en Venture Partners sloten een overeenkomst waarin een relatiebeding was opgenomen dat Venture Partners verbood om gedurende een jaar na afloop van de overeenkomst direct opdrachten aan te nemen van relaties van Muhren Van Empel. De overeenkomst werd op 28 augustus 2007 gesloten en via e-mail verlengd tot 1 april 2008. Muhren Van Empel stelde dat de overeenkomst per 1 januari 2008 was geëindigd vanwege defungering van de interimmanager en vorderde betaling van boetes en schadevergoeding wegens overtreding van het relatiebeding.
Venture Partners voerde verweer dat de overeenkomst geldig was verlengd tot 1 april 2008 en dat de opzegging op 8 februari 2008 niet rechtsgeldig was vanwege niet-naleving van de opzegtermijn van zes weken. Zij stelde dat het relatiebeding pas na het einde van de overeenkomst geldt en dat er geen overtreding was omdat de werkzaamheden voor Transavia na 21 maart 2008 waren gestaakt.
De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst inderdaad tot 21 maart 2008 liep, dat de opzegging op 8 februari 2008 niet rechtsgeldig was en dat Muhren Van Empel geen boete kon vorderen. De schadevergoeding werd afgewezen omdat de impasse over tariefverlaging door Muhren Van Empel en Transavia was veroorzaakt en niet door Venture Partners. De vordering tot staking van de inbreuk was niet relevant omdat de werkzaamheden waren gestaakt. De reconventionele vordering van Venture Partners tot betaling werd afgewezen omdat zij al betaling ontving van Transavia en het onaanvaardbaar was om dubbel betaald te worden. Beide partijen werden veroordeeld in hun proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst alle vorderingen af en veroordeelt beide partijen in hun proceskosten.