ECLI:NL:RBARN:2009:BH3663
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van onderbouwing vordering tot schadevergoeding in faillissementsprocedure
In deze civiele procedure bij de rechtbank Arnhem staat de beoordeling centraal van de onderbouwing van een vordering tot schadevergoeding door de wederpartij in een faillissementszaak. De curatoren van de failliete vennootschap en de wederpartij voeren uiteenlopende standpunten over de omvang en toerekenbaarheid van de schade.
De rechtbank constateert dat veel schadeposten onvoldoende zijn gespecificeerd en dat stellingen over schade en verrekening vaak te laat zijn ingebracht, waardoor de bewijsvoering tekortschiet. Diverse posten, zoals gederfde omzet, reputatieschade en extra kosten, worden niet of onvoldoende onderbouwd, waardoor verrekening niet kan plaatsvinden.
Ook het betoog over persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders wordt afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing en het ontbreken van voldoende bewijs dat bestuurders onrechtmatig hebben gehandeld.
De rechtbank beveelt een comparitie aan om een minnelijke regeling te beproeven en stelt partijen in de gelegenheid om de nog openstaande schadeposten nader te specificeren. De procedurekosten worden voorlopig ieder voor eigen rekening genomen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verrekening van schade grotendeels af wegens onvoldoende onderbouwing en te late stellingen.