ECLI:NL:RBARN:2009:BH3822
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- M.L.J.C. van Emden-Geenen
- Rechtspraak.nl
Geen verplichting voor Shell tot nieuwe huurovereenkomst met exploitant na verplaatsing benzinestation
De zaak betreft de vraag of Shell, op grond van de Benzinewet en de daaraan ten grondslag liggende Convenanten, verplicht is een nieuwe huurovereenkomst te sluiten met exploitant De Lucht voor een motorbrandstofverkooppunt dat door verbreding van de rijksweg A2 wordt verplaatst.
De Lucht exploiteert het verkooppunt sinds 1958 op basis van een huurovereenkomst met Shell. Door het Tracébesluit A2 moet het verkooppunt worden gesloopt en herbouwd op een locatie circa 40 meter oostwaarts. De Staat heeft aan Shell een nieuwe concessie verleend zonder veiling, conform artikel 5 van Pro de Benzinewet. Shell heeft de oude huurovereenkomst opgezegd en geweigerd een nieuwe overeenkomst te sluiten, wat tot geschil leidde.
De rechtbank stelt vast dat het Convenant Onderliggende Rechtsrelaties geen regeling bevat voor deze situatie van sloop en herbouw, en dat de wettelijke beëindigingsgronden, waaronder onvoorziene omstandigheden (art. 6:258 BW Pro), van toepassing zijn. De kantonrechter had de overeenkomst reeds ontbonden op deze grond. De rechtbank oordeelt dat Shell niet verplicht kan worden een nieuwe huurovereenkomst te sluiten en evenmin verplicht is door te onderhandelen.
De belangenafweging weegt mee dat Shell haar bedrijfsstrategie moet kunnen aanpassen en dat de Lucht de mogelijkheid had om het aangeboden nieuwe contract te aanvaarden. De Staat kan niet worden verplicht voorwaarden te verbinden aan de publiekrechtelijke vergunning die Shell tot contracteren dwingen.
De vorderingen van De Lucht worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van De Lucht af en veroordeelt haar in de proceskosten.