ECLI:NL:RBARN:2009:BH5999
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onduidelijkheid advies en onvoldoende aannemelijkheid schade BDO
Marmac Beheer B.V. en eiser sub 2 vorderden in kort geding betaling van schadevergoeding van BDO wegens vermeende onjuiste advisering over de overdracht van certificaten van aandelen in Marmac. De kernvraag was of BDO toerekenbaar tekort was geschoten in haar advisering, waarbij de zorg van een redelijk bekwaam vakgenoot als maatstaf gold.
De feiten betreffen de voorgenomen splitsing van Marmac B.V. en de overdracht van certificaten van aandelen van de ex-echtgenote aan eiser sub 2, waarbij fiscale claims en wijziging van huwelijkse voorwaarden een rol speelden. BDO had een memo opgesteld en correspondentie gevoerd, maar er was onduidelijkheid over de precieze opdracht en de kennis van BDO over emigratie van eiser sub 2 naar Duitsland.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was dat BDO onjuist had geadviseerd of tekort was geschoten. De gevorderde schade was niet onderbouwd en de kosten voor wijziging van huwelijkse voorwaarden zouden hoe dan ook gemaakt moeten worden. Ook was niet duidelijk of er een opdracht tot advisering bestond. Het spoedeisend belang ontbrak, omdat de fiscus nog geen standpunt had ingenomen en bezwaar- en beroepsprocedures mogelijk waren.
De vorderingen werden daarom afgewezen en Marmac en eiser sub 2 werden veroordeeld in de proceskosten van BDO.
Uitkomst: De vorderingen van Marmac en eiser sub 2 tegen BDO worden afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van tekortkoming en onduidelijkheid over opdracht en schade.