ECLI:NL:RBARN:2009:BH6254
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.W. Huijgen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet tegen verstekvonnis wegens overschrijding termijn
De rechtbank Arnhem behandelde het verzet van gedaagde tegen een verstekvonnis uit 2002 waarbij hij was veroordeeld tot betaling van € 6.524,38 aan eiser voor advocaatkosten. Het verzet werd ruim vijf jaar na het verstrijken van de wettelijke termijn ingediend.
De rechtbank stelde vast dat het verstekvonnis aan gedaagde was betekend op een bekend adres in Nederland en dat de verzettermijn van vier weken daarom gold. De eerste executoriale uitbetaling vond plaats in september 2003, waarna de termijn aanving. Gedaagde startte het verzet pas in september 2008, bijna vijf jaar te laat.
Gedaagde voerde aan niet bekend te zijn geweest met het vonnis en de tenuitvoerlegging, mede omdat hij in het buitenland woonde. De rechtbank verwierp dit omdat gedaagde jarenlang een substantieel deel van zijn inkomen miste door beslag en geen voldoende feiten of omstandigheden had aangevoerd om zijn onbekendheid aannemelijk te maken.
De rechtbank oordeelde dat de wettelijke termijn niet doorbroken kon worden zonder voldoende bewijs van onbekendheid, mede in het belang van rechtszekerheid en het sluiten van het dossier. Gedaagde werd daarom niet ontvankelijk verklaard in zijn verzet en veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het verzet van gedaagde tegen het verstekvonnis wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de verzettermijn zonder voldoende bewijs van onbekendheid.